
Schrijver Harriët Duurvoort
‘Een eeuw Nederlandse en wereldgeschiedenis door de ogen van mama: een vrouw van kleur. Dat leek me mooi’
Geschiedenis gaat voor een lezer pas echt leven als deze een tijdje in de schoenen van mensen die het allemaal hebben meegemaakt kan meelopen, vindt journalist Harriët Duurvoort (1969). Dus dat is precies wat ze je laat doen in haar boek De dochter: meelopen met haar moeder, die in de jaren 30 als ‘baby’tje van kleur’ werd geadopteerd.
Je bent journalist en columnist voor de Volkskrant. Is je zojuist verschenen boek De dochter ook vanuit een journalistiek oogpunt ontstaan en geschreven?
“Ja. Wat mij vanaf het begin aansprak, is om ons familieverhaal in de vorm van literaire non-fictie op te schrijven. Verhalende journalistiek. Een waargebeurd verhaal opschrijven op een manier die aan een roman doet denken maar toch echt de feiten volgt. En een kleine persoonlijke geschiedenis tegen de achtergrond van de grote geschiedenis. Mijn moeder is in 1928 als gekleurd baby’tje van zes weken geadopteerd door een gereformeerd echtpaar.
Mijn moeder maakte alles mee: als kind groeide ze op in de crisis, als puber maakte ze de Tweede Wereldoorlog mee, na de oorlog vertrok het gezin naar Nederlands-Indië en maakte ze de onafhankelijkheidsoorlog mee. De grote emigratiegolf naar Canada, Suriname in de jaren 50. Cultureel en religieus veranderend Nederland in de jaren 60. En de geboorte van de multiculturele samenleving vanaf de jaren 70. Twee boeken waren mijn voorbeeld: Sonny Boy van Annejet van der Zijl, en De eeuw van mijn vader van Geert Mak. Geschiedenis gaat voor een lezer pas echt leven als die een tijdje in de schoenen van mensen die het allemaal hebben meegemaakt kan meelopen. Het is een mooie literaire vorm.”
Kun je je voorstellen dat je ooit bijvoorbeeld een roman zou schrijven?
“Misschien. Maar de vorm van literaire non-fictie past mij goed. Mijn boek eindigt met een cliffhanger, namelijk het feit dat we achter de identiteit van de biologische vader van mijn moeder gekomen zijn. Hij zorgde ervoor dat ze kroeshaar heeft en een bruine huid. Mijn zus en een van haar beste vrienden hebben aan de hand van DNA-onderzoek anderhalf jaar geleden een nog levende halfzus van mijn moeder gevonden, en aan de hand van nog andere familie de identiteit van haar zwarte biologische vader weten te achterhalen. Op mijn moeders 95ste verjaardag kreeg ze te horen wie dat was. Deze man, mijn opa, blijkt een figuur met een episch levensverhaal te hebben waar je ook een boek over kunt schrijven.”
In De dochter vertel je het levensverhaal van je moeder. Waarom voelde je de behoefte dat te doen?
“Zo’n 25 jaar geleden al zei een Amerikaanse vriendin mij dat ik iets met het unieke levensverhaal van mijn moeder moest doen. Een film – zij is zelf filmmaker – of een boek. Toen ik nog niet zo lang mijn column had in de Volkskrant werd ik benaderd door uitgeverijen met de vraag of ik misschien een boek zou willen schrijven. Toen heb ik mijn moeder gevraagd of ik haar verhaal mocht opschrijven. Een eeuw Nederlandse en wereldgeschiedenis door de ogen van mama, een vrouw van kleur, dat leek me mooi.
Ik vond onze familiegeschiedenis ook belangrijk om vast te leggen voor mijn zoon, de enige erfgenaam in dit verhaal. Maar hij bleek, toen ik net begonnen was met het boek, autisme en een verstandelijke beperking te hebben. Overigens begrijpt hij niets van zaken als racisme, dat gaat hem cognitief boven de pet. Eigenlijk een schitterend kenmerk van zo’n beperking.”
Eva (1928) is geadopteerd. Hoe was dat voor haar omgeving in de jaren 30?
“Adoptie, pleegzorg en het aannemen van kinderen kwam altijd al wel voor. Wat bijzonder aan het geval van mijn moeder was, was natuurlijk dat door haar kleur iedereen kon zien dat zij niet de biologische dochter van haar ouders was. Midden jaren 20, vlak voor haar adoptie, werden in de ons omringende landen de eerste moderne adoptiewetten aangenomen. Een reactie op het feit dat er in wat toen nog de Grote Oorlog heette veel Duitse en Hongaarse oorlogswezen waren. Voor hen werd actief naar adoptieouders gezocht. Er stonden advertenties in de kranten. Overigens werden die pleegouders wel geadviseerd om op Duitse of Hongaarse les te gaan zodat hun kinderen de band met hun afkomst konden behouden.”
Waar liep Eva vooral tegenaan toen ze opgroeide? En heeft ze altijd geweten dat ze was geadopteerd?
“Mijn moeder is als zuigeling geadopteerd. Hoe oud ben je als je de wereld een beetje begint te ontdekken? Een jaar of 3? Op een gegeven moment besef je dat je er anders uitziet dan iedereen om je heen. Wat ook bijdroeg: het eeuwig uitgescholden en gepest worden. Of dat iedereen altijd aan haar haar wilde voelen. Of dat ze niet in kinderwagens mocht kijken omdat moeders dan bang waren dat hun baby zou schrikken. Haar adoptieouders gingen, misschien met de beste bedoelingen, nogal krampachtig met dit gegeven om. Ze wilden er niet over praten. Alles werd afgedaan met: je bent onze dochter en wij houden van je. Intussen hadden ook zij te kampen met hoe hun dochtertje in hun wereld gediscrimineerd werd. Ze waren gereformeerd maar hun kerk had besloten dat mijn moeder niet gedoopt mocht worden. Haar afkomst was kennelijk te zondig.”
Heb je ook ontdekt wie de biologische ouders van je moeder (en dus jouw opa en oma) waren? En zo ja, wat deed dat met je?
“In de adoptiewetgeving van de jaren 20 is, in tegenstelling tot de latere adoptiewet van 1956, gekozen iets van de biologische identiteit van een geadopteerde traceerbaar te houden. Iets wat ik te verkiezen vind boven het systeem van vandaag, dat de banden verbreekt. Een kind heeft er niet voor gekozen om geadopteerd te worden en dient elk moment toegang te hebben tot alle beschikbare afstammingsinformatie, vind ik. Het is het fundament van je identiteit, van je leven.
Mijn moeder had de achternaam van haar biologische moeder, Nijman. Niet dat ze dat als kind wist, want daar werd thuis niet over gesproken. Pas op haar 14de, in 1942, toen ze net als elke Nederlander op last van de Duitse bezetter een persoonsbewijs moest hebben, is dat ter sprake gekomen. De eerste en laatste keer dat haar ouders over haar adoptie spraken.
Mijn moeder heeft nooit een woord met haar biologische moeder gewisseld. Het was een grote schok toen ze in de jaren 60 ineens een notarieel schrijven ontving, met daarin de mededeling dat ze erfgenaam was van haar biologische moeder. Iets wat in de huidige wetgeving ook nooit het geval zou zijn. Toen ontving ze ook namen en adressen van de broers en zussen van haar biologische moeder. Toen ik geboren werd, heeft ze aan de oudste zus van haar biologische moeder een kaartje gestuurd. Ze stuurde een kaartje terug, met een tientje voor een kraamcadeautje. Er is nog even een wat ongemakkelijke briefwisseling geweest. Nooit een ontmoeting. Toen deze biologische tante stierf, eindigde ook het contact met de biologische familie van haar moeder. Wij waren in de veronderstelling dat niemand meer leefde. Tot er in 2006 een interview met de oudste abonnee van de Volkskrant stond op de voorpagina van de 25 duizendste editie van de krant. Een oude heer van 103. Het bleek een nog levende biologische oom van mijn moeder. Hij had al zijn broers en zussen met bijna veertig jaar overleefd. Mijn zus en ik hebben hem gegoogeld, zijn naar het verzorgingshuis waar hij woonde gegaan. Toen we hem vertelden dat we verre familie waren omdat zijn zus ooit een kind had afgestaan, zei hij: dat klopt, ik heb haar nog vastgehouden. Het was heel liefdevol dat hij dat heeft gezegd. Er was dus een leven voordat ze als zuigeling van zes weken werd afgestaan. En anderhalf jaar geleden kwam dus de ontdekking van de zwarte grootvader en een halfzus van vaders kant.
Het is ontzettend boeiend als je je verre biologische familie eindelijk ontmoet. Maar de band blijft toch wat oppervlakkiger. Je hebt elkaars leven niet gedeeld. Je wordt een soort kennissen.”
Wat hoopte je te ontdekken tijdens de zoektocht naar en het schrijven over het leven van je moeder? Wat heeft het meest indruk op je gemaakt?
“Ik weet niet of ik per se iets wilde ontdekken. Van tevoren dacht ik dat ik bijna alles wel wist. Mijn zus en ik zijn immers opgegroeid in haar anekdotes. Maar ik kan wel zeggen dat het interviewen van mijn moeder veel meer verleden naar boven heeft gehaald. Wat dat betreft kan ik dat iedereen aanbevelen. Om je ouders eens te interviewen over hun leven, als je geïnteresseerd bent in je verleden. Je hoeft natuurlijk niet meteen een boek te schrijven. Achteraf vind ik het jammer dat ik niet ook mijn vader, die in 2006 overleed, uitgebreid geïnterviewd heb.”
Hoe kijkt je moeder nu terug op haar jeugd? En is haar worsteling met haar identiteit voorbij of minder geworden?
“Mijn moeder is een vrouw die het leven neemt zoals het is. Een sterke vrouw die positief in het leven staat. Die verdriet gekend heeft maar dat verdriet een plekje heeft gegeven. En ook nu ze 96 is nog volop van het leven geniet. Ze woont sinds tien jaar in het hartje van Amsterdam en is heel actief. Ze zei mij altijd wel: breng dat boek maar uit als ik er niet meer ben. Maar ze werd gelukkig ouder en ouder in goede gezondheid dus uiteindelijk besloot ik: nu komt het er toch. Soms, zegt ze, is ze een beetje opgelaten als mensen uit de buurt haar ineens aanschieten met: ik heb je boek gelezen hoor! Maar het is voor haar een positieve ervaring dat zoveel mensen geraakt en geïnspireerd zijn door haar levensverhaal.”
In de vroege jaren 30 was ‘kleur’ een ding – helaas nu nog steeds. Is er wel iets veranderd, vind je?
“Wat ik typerend vind voor het leven van mijn moeder is dat kleur in elk tijdperk van haar leven weer een eigen beladenheid heeft. Als kind in de jaren 30 was ze een uitzondering. Toen mijn Surinaamse vader begin jaren 60 naar Nederland kwam, liep iedereen weg met Surinamers. Er waren toen maar een handjevol Surinamers, veelal studenten. Toen rond de onafhankelijkheid van Suriname de massa-immigratie op gang kwam, sloeg dat sentiment hard om. In de jaren 70 werden Surinamers een migrantengroep die met problemen werden geassocieerd en door velen met de nek werden aangekeken.
Nederland is multicultureel geworden, en ik had gehoopt dat we beter met elkaar leerden omgaan. Maar de samenleving is alleen maar verhard en wat er nu in de Verenigde Staten gebeurt, is huiveringwekkend. Mijn moeder zegt dat het haar aan de jaren 30 doet denken.”
Wat hoop je dat de lezer bijblijft van De dochter?
“Ik hoop vooral dat lezers worden geïnspireerd door de idealen van mijn moeder. Als er íets is dat ik in mijn leven geleerd en geleefd heb, is dat wat Martin Luther King zei in zijn ‘I have a dream speech’. Dat de droom van King gewoon wáár is, riep mama uit toen we werden geïnterviewd voor het Volkskrant Magazine. In een tijd dat we weer meer tegenover elkaar staan, is het fijn om een inspirerend verhaal te lezen.”
Over het boek
In het Scheveningen van de vroege jaren 30 lijkt niemand op de kleine Eva. Mensen voelen aan haar haar of vragen of haar kleur soms afgeeft. Haar adoptieouders benadrukken dat ze een van hen is als ze gepest wordt, maar niet iedereen denkt daar zo over. En zelfs nu nog, nu ze oud is en de tijden zijn veranderd, is kleur nog steeds een beladen onderwerp.
(De dochter, Pluim, € 24,99)
Over de schrijver
Harriët Duurvoort tekende het levensverhaal van haar moeder (1928) op en loodst via haar verhaal de lezer door bijna een eeuw Nederlandse geschiedenis. De dochter gaat over de pijn van migratie, liefde en beklemmende, soms verlammende loyaliteit. En over de zoektocht naar identiteit wanneer adoptie de lijnen met het verleden heeft afgesneden en onvindbaar gemaakt.
Zin in?
Wij mogen 3x de roman De Dochter van Harriet Duurvoort verloten. Kans maken? Deel je gegevens in onderstaand winformulier. Meedoen kan t/m 09 april.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."